Home Arbeidsmarktinformatie
Arbeidsmarktinformatie

Scholieren vertekenen cijfers laagopgeleiden

Ga naar werk.nl voor werkzoekenden | werkgevers
  Print 

Scholieren vertekenen cijfers laagopgeleiden

De arbeidsmarktcijfers over laagopgeleiden geven een vertekend beeld. Dit komt doordat ook scholieren en mbo-studenten worden meegeteld die nog geen diploma hebben. Daarnaast zijn er laagopgeleiden die geen onderwijs (meer) volgen. De arbeidsmarktpositie en arbeidsmarktkansen zijn voor beide groepen totaal anders. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld als we het over laagopgeleiden hebben.

Wie bedoelen we met laagopgeleid?

Er verschijnen veel artikelen en rapporten over laagopgeleiden. Maar wie bedoelen we nou met laagopgeleiden? Laagopgeleiden hebben alleen basisonderwijs gevolgd of maximaal een vmbo- of mbo-diploma op niveau 1. Maar ook havo- en vwo-scholieren en mbo-studenten die nog niet klaar zijn met hun opleiding, vallen volgens deze definitie onder laagopgeleid. Zij hebben vaak bijbaantjes. Als deze groep scholieren en studenten een diploma krijgt, is die echter niet meer laagopgeleid. Hierdoor vertekent deze groep de cijfers van laagopgeleiden. Voor de leesbaarheid noemen we deze laatste groep (havo- en vwo-scholieren en mbo-studenten zonder diploma) in dit artikel ‘scholieren’.

naar boven

Bijna 2 miljoen laagopgeleiden aan het werk

Een grote groep laagopgeleiden werkt. In 2015 en 2016 waren dit 1,8 miljoen werkenden in de leeftijd van 15 tot 75 jaar. De grootste groep (1,3 miljoen) volgt geen onderwijs meer. De rest, bijna een half miljoen, is nog scholier.

De werkende scholieren zijn meestal tussen de 15 en 25 jaar. Zij zijn de afgelopen jaren meer gaan werken en hebben vaker een bijbaan naast hun opleiding. In 2004 had 40% van de scholieren een betaalde baan. In 2014 is dit aandeel gestegen naar 60%.

naar boven

Scholieren vaker flexcontract en kleine banen

De grootste vertekening in de cijfers komt door het soort contract dat laagopgeleiden hebben. Het lijkt er namelijk vaak op dat laagopgeleiden sterk afhankelijk zijn van flexcontracten. Maar dit geldt vooral voor scholieren: zij hebben meestal een flexcontract en werken vaak maximaal 12 uur per week. Laagopgeleiden die niet meer naar school gaan, hebben vaker een vast contract en werken meer uur.

Als je alleen naar de laagopgeleiden kijkt zonder de scholieren mee te tellen, zie je dat de cijfers vaak dicht bij het gemiddelde liggen. Ook zijn er grote verschillen in het aantal uur dat iemand werkt:

  • Zo heeft bijna twee derde van de groep laagopgeleiden exclusief scholieren een vast contract. Dit is maar een fractie lager dan het gemiddelde over alle opleidingsniveaus.

  • 18% van de laagopgeleiden exclusief scholieren heeft een flexcontract. Gemiddeld over alle opleidingsniveaus heeft 15% een flexcontract.

  • De meerderheid van de laagopgeleiden exclusief scholieren werkt fulltime. Scholieren werken maar zelden fulltime.

  • Scholieren hebben meestal geen  vast contract. Hierdoor lijkt het in de totale cijfers alsof laagopgeleiden minder vaak een vast contract hebben dan gemiddeld.

  • Wel hebben laagopgeleiden exclusief scholieren vaker dan gemiddeld een oproep/invalcontract. Maar dit staat in schril contrast met de scholieren: bijna drie kwart van hen heeft een tijdelijk contract, waarvan de meerderheid een oproep- of invalcontract. Hierdoor is het aantal tijdelijk contracten onder de hele groep laagopgeleiden dus erg hoog.

Klik op het plaatje voor een grote versie van de grafiek met daarin wat voor soort contract laagopgeleiden hebben en
   hoeveel uur ze werken
Klik op het plaatje voor een grotere versie.

Bron: CBS maatwerk. De percentages ‘vast’ en ‘flex’ tellen niet op tot 100%. Dit komt doordat zelfstandigen niet zijn meegeteld.

naar boven

Verkoopmedewerker detailhandel favoriet bij scholieren

Ook is er veel verschil in de sectoren en beroepen waar scholieren en overige laagopgeleiden werken. Scholieren werken vooral in de horeca en detailhandel. Laagopgeleiden exclusief scholieren werken in meerdere sectoren. De belangrijkste zijn handel, industrie en zorg en welzijn.

Er zijn geen cijfers per beroep over het aantal werkende laagopgeleiden en het aantal werkende scholieren. Daarom is gekeken naar het aantal 15-25 jarigen als indicatie voor het aantal scholieren. Ook dan is er een verschil te zien.

De favoriete beroepen van scholieren zijn: verkoopmedewerker detailhandel, vakkenvuller en kelner/barpersoneel. Laagopgeleiden werken vaak als schoonmaker, lader/losser of als verkoopmedewerker detailhandel. Ook administratief medewerker komt vaak voor.

Klik op het plaatje voor een grote versie van de tabel met daarin de beroepen waarin scholieren en laagopgeleiden werken
Klik op het plaatje voor een grotere versie.

naar boven

Conclusie: let op of scholieren worden meegeteld in de cijfers

Scholieren vormen een steeds grotere groep op de arbeidsmarkt. Ze worden tot de laagopgeleiden gerekend zolang ze nog geen diploma hebben. Maar nadat ze hun (vervolg)opleiding hebben afgerond, hebben ze vaak een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt dan de groep laagopgeleiden die geen onderwijs meer volgt.

Zo is het werkloosheidspercentage van laagopgeleiden exclusief scholieren met 8,9% duidelijk hoger dan van mensen met een opleiding op middelbaar niveau (6,4%) en hoog niveau (3,7%).

De bijbaantjes die scholieren vervullen, zijn doorgaans flex en vaak op oproepbasis. Laagopgeleiden die geen onderwijs meer volgen, hebben bijna even vaak een vast contract als gemiddeld. Cijfers die scholieren meetellen geven dus een minder florissant beeld dan zou moeten. Daarom is het goed altijd te checken of deze groep wel of niet is meegerekend in de cijfers.

naar boven

Nieuwe publicatie

Arbeidsmarktregio