Home Arbeidsmarktinformatie
Arbeidsmarktinformatie

Meisjes kiezen vaker voor exacte studies

Ga naar werk.nl voor werkzoekenden | werkgevers
  Print 

Meisjes kiezen vaker voor exacte studies

Steeds meer meisjes kiezen voor een exacte studierichting. Het aandeel meisjes met een techniek- of bètaprofiel op de middelbare scholen neemt toe net als het aandeel vrouwen op technische vervolgopleidingen. Vrouwen gaan echter minder vaak werken in een technisch beroep dan mannen.

De afgelopen tien jaar is op alle niveaus het aandeel meisjes en vrouwen toegenomen. Hoewel het verschil tussen jongens en meisjes daarmee kleiner wordt, kiezen meisjes toch nog altijd minder vaak voor technische opleidingen dan jongens.

Aandeel meisjes binnen techniek op vmbo-niveau laag

Op het vmbo is het aandeel meisjes dat techniek volgt in schooljaar 2014/2015 nog erg laag (9%). Maar liefst 91% met een techniekprofiel op het vmbo is dus een jongen. Op het vwo zijn er bijna evenveel meisjes als jongens met een natuurprofiel. In het vervolgonderwijs is het aandeel vrouwen in technische en exacte studies relatief laag op het mbo (15% van de instroom in 2014/2015) en het hoogst in het wetenschappelijk onderwijs (39%).

Top 3 instroomopleidingen MBO naar geslacht

Mannen

Vrouwen

Middenkader engineering

Mediavormgever

Autotechniek

Luchtvaartdienstverlener

ICT-medewerker

Vormgeving, ruimtelijke presentatie en communicatie

Top 3 instroomopleidingen HBO naar geslacht

Mannen

Vrouwen

Informatica

Biologie en medisch laboratoriumonderzoek

Werktuigbouwkunde

Communication and multimedia design

Technische bedrijfskunde

Technische commerciële confectiekunde

Top 3 instroomopleidingen WO naar geslacht

Mannen

Vrouwen

Werktuigbouwkunde

Liberal arts and sciences

Technische natuurkunde

Biomedische wetenschappen

Econometrie en operationele research

Biologie

Meisjes kiezen andere studierichtingen dan jongens

Binnen techniek kiezen meisjes voor andere studierichtingen en exacte studies dan jongens. Als ze de opleiding eenmaal afgerond hebben, gaan ze ook minder vaak werken in een technisch beroep. Van de vrouwen met een technische opleiding werkt namelijk 70% in een niet-technisch beroep. Dat is 2 keer zoveel als de mannen met een technische opleiding. Hier zijn verschillende verklaringen voor:

  • Een deel van de opleidingen waar veel meisjes voor kiezen is wel exact, maar niet specifiek technisch, bijvoorbeeld biologie of luchtvaartdienstverlener.

  • Meisjes kiezen vaker  voor grensvlakopleidingen als techniek en textiel. De kans dat meisjes na dit soort studies in een technisch beroep terechtkomen is dan ook kleiner.

  • Meisjes kiezen studierichtingen waarin het de afgelopen jaren lastiger was om werk te vinden dan in de studierichtingen waar jongens voor kiezen.

  • In het mbo kiezen de meeste meisjes voor een BOL-opleiding (Beroepsopleidende leerweg) in plaats van een BBL-opleiding (Beroepsbegeleidende leerweg). Met een BBL-opleiding vinden scholieren sneller een technische baan dan met een BOL-opleiding.

Meisjes volgen meestal BOL-opleiding

Van de meisjes in de sector techniek in het mbo volgt 91% een BOL-opleiding en slechts 9% een BBL-opleiding. Bij de jongens ligt de verhouding op 43% BBL en 57% BOL. Bij de BBL-route ontstaat er door de combinatie van werk en leren een sterke band met de praktijk en vaak ook met de werkgever. Daarom komen bij de BBL-route uiteindelijk 9 op de 10 deelnemers in een technisch beroep terecht, bij de BOL-route is dit ongeveer 5 op de 10.

Vrouwen minder vaak een technische functie

Opvallend is wel dat technisch opgeleide vrouwen nog vaker in een niet-technische functie komen dan mannen, ook als zij eenzelfde studie hebben gevolgd. Er zijn dus nog meer factoren die een rol spelen of technisch opgeleide vrouwen wel of niet in een technische functie terechtkomen.

Technisch opgeleide vrouwen geven aan dat de (on)mogelijkheid tot deeltijdwerk in de techniek een rol speelt. In de technische beroepen werkt bijna 80% voltijds. Afgezet tegenover het gemiddelde van alle beroepen is dit erg hoog. Gemiddeld werkt namelijk 51% voltijds. Daarnaast werkt 16% in de techniek 20 tot 35 uur per week. Dat is laag, want over alle beroepen werkt gemiddeld 29% 20 tot 35 uur per week.

Daarnaast geven vrouwen aan dat zij de werksfeer belangrijk vinden. Beloning, carrière en opleidingsmogelijkheden spelen minder een rol, in tegenstelling tot mannen. Ook dit kan een rol spelen bij de keuze voor een baan in de techniek.

Gecombineerde studies voor vrouwen

Om meer vrouwen te interesseren voor de techniek kan men studies aanbieden waarbij vakken gecombineerd kunnen worden. De Technische Universiteit Eindhoven geeft aan dat hiermee meer vrouwen naar Eindhoven komen vanwege de mogelijkheid om een ‘techniek light’ studie te doen. Een deel van de vakken kan hierbij zelf ingevuld worden, bijvoorbeeld met vakken in gezondheidszorg en psychologie. Met zo'n combinatie kunnen ze bijvoorbeeld elektromonteur worden met kennis van de gezondheidszorg, zodat ze bijvoorbeeld samen met een arts apparatuur kunnen ontwikkelen. Of vrouwen daarmee ook daadwerkelijk vaker in een technisch beroep terecht komen is afwachten.

Nieuwe publicatie

Arbeidsmarktregio