Home Arbeidsmarktinformatie
Arbeidsmarktinformatie

Top 10 opleidingen arbeidsmarktpositie

Ga naar werk.nl voor werkzoekenden | werkgevers
  Print 

Top 10 opleidingen beste en slechtste arbeidsmarktpositie

Uit onderzoek van Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) blijkt dat er grote verschillen zijn in de arbeidsmarktpositie van schoolverlaters. Een top 10 van mbo- en hbo-opleidingen met de beste en slechtste arbeidsmarktpositie.

Arbeidsmarktpositie voor mbo- en hbo-opleidingen

Schoolverlaters met opleidingen waar een grote vraag naar is, vinden makkelijker een baan dan mensen met minder kansrijke opleidingen. Daarnaast verdienen schoolverlaters met een goede arbeidsmarktpositie meer en krijgen zij vaker een vaste baan. Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) schrijft jaarlijks het rapport Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Aan de hand van deze cijfers is gekeken welke opleidingen de beste arbeidsmarktpositie hebben.

Top 10 mbo-opleidingen beste en slechtste arbeidsmarktpositie

Beste arbeidsmarktpositie mbo

Slechtste arbeidsmarktpositie mbo

BOL4 Scheepvaart

BOL4 Mode en kleding (presentatie)

BOL4 Operationele techniek

BOL4 Toerisme, recreatie en reizen

BOL4 Plantenteelt

BOL3 Automatisering

BOL4 Werktuigbouwkunde

BOL3 Bloemschikken en bloemhandel

BOL4 Energie- en informatietechniek

BOL3 Commercieel

BOL4 Technicus middenkader WEI

BOL3 Sport en bewegingsleider

BOL4 Reclame, presentatie en communicatie

BOL3 Dierverzorging en veterinaire ondersteuning

BOL4 Laboratoriumtechniek

BOL4 Detailhandel/ ambulante handel

BOL4 Haven en vervoer

BOL3 Secretarieel

BOL4 Automatisering

BOL3 Graf. techn, communicatie, audiovisueel en multimedia

Opvallend is dat er geen BOL-opleiding (beroepsopleidende leerweg) op niveau 3 voorkomt bij de opleidingen met de beste arbeidsmarktpositie. Verder valt op dat bètaopleidingen het meest vertegenwoordigd zijn bij de beste opleidingen en de gamma- en alfaopleidingen bij de opleidingen met de slechtste arbeidsmarktpositie. De opleiding ‘Operationele techniek’ valt vooral positief op door het hoge bruto maandinkomen en een werkloosheid van 0%. Daarnaast is er een groot verschil in positie bij de opleiding ‘Automatisering’ tussen beide niveaus. Door de grote rol voor automatisering op de arbeidsmarkt en het ingewikkelder worden van deze processen, neemt de behoefte aan hoger opgeleiden in deze sector toe. Kennelijk liggen BOL-opleidingen op niveau 4 in de automatisering veel beter in de markt dan BOL-opleidingen op niveau 3.

Top 10 hbo-opleidingen beste en slechtste arbeidsmarktpositie

Beste arbeidsmarktpositie hbo

Slechtste arbeidsmarktpositie hbo

Optometrie

Autonome beeldende kunst

Maritiem officier

Godsdienst - pastoraal werk

Technische Natuurkunde

Toegepaste psychologie

Informatie en Communicatie Technologie

Visual Art and Design Management

Fiscale Economie

Social work

2e gr Nederlandse Gebarentolk/Tolkenopleiding

Culturele en Maatschappelijke Vorming

Educatie Groene Sector

International Business

Financial Services Management

Sport, Gezondheid en Management

Docent Drama

Sport en Bewegingseducatie

Chemie

Hoger Toeristisch en Recreatief Onderwijs

Bij hbo-opleidingen zien we hetzelfde beeld als bij mbo-opleidingen. De bètaopleidingen halen over het algemeen positievere scores dan de alfa- en gammarichtingen. Hierdoor vallen ‘Tolkenopleiding’ en ‘Docent drama’ juist extra op. Beide hbo-opleidingen scoren relatief laag op bruto maandinkomen en hoog op een flexibele aanstelling, maar compenseren dit met de scores op de andere factoren. De opleiding ‘Maritiem-officier’ dankt zijn hoge score onder meer aan het hoge bruto maandinkomen van €3.215,- en een laag percentage schoolverlaters met een flexibele aanstelling. De opleiding ‘Autonome beeldende kunst’ heeft de slechtste arbeidsmarktpositie van alle hbo-opleidingen. Zo werkt 38% onder het eigen opleidingsniveau en hebben de werkende schoolverlaters een laag bruto maandinkomen van gemiddeld € 749,-.

Verschillende factoren

De analyse van de verschillende opleidingen is gemaakt op basis van de volgende factoren:

  • werkloosheid;

  • flexibiliteit aanstelling;

  • bruto-inkomen;

  • mate waarin onder het opleidingsniveau gewerkt wordt;

  • het moeten uitwijken naar een andere richting.

Voor de volledigheid is er gebruik gemaakt van de cijfers van de afgelopen vijf jaar. Verder zijn alleen de voltijdopleidingen op mbo 3, mbo 4 en hbo met voldoende waarnemingen en volledige data meegenomen. Bij het mbo gaat het uitsluitend om de beroepsopleidende leerwegen (BOL). Ook is ervoor gekozen om een splitsing te maken tussen mbo en hbo, want de leeftijdsverschillen tussen deze niveaus kunnen een groot effect hebben op het salaris

9 procent werkloos na afronden opleiding

Anderhalf jaar na het afronden van de opleiding is gemiddeld 9% van de schoolverlaters werkloos. Er zijn echter grote verschillen per richting. Daarom is het voor studenten interessant om te weten welke opleiding het aantrekkelijkst is en de kleinste kans geeft op werkloosheid. De factor werkloosheid  zegt echter niet altijd genoeg. Door een klein aantal uren te werken is er geen sprake van werkloosheid, maar wel  een laag maandinkomen. Naast werkloosheid is daarom het bruto maandsalaris meegenomen. Daarnaast blijft nog een aantal andere factoren vaak onderbelicht als er alleen wordt gekeken naar werkloosheidscijfers, zoals:

  • werken onder niveau;

  • werken in een andere richting;

  • werken met een flexibel contract.

Studiekeuze vooral op basis van informatie vervolgopleiding

Scholieren laten zich in hun studiekeuze vooral leiden door informatie die ze krijgen tijdens voorlichtingsdagen en meeloopdagen van vervolgopleidingen. Informatie van de eigen school of van onafhankelijke instanties gebruiken zij veel minder. Achteraf gezien zou een groot deel van de schoolverlaters met een opleiding met een goede  arbeidsmarktpositie weer dezelfde opleiding kiezen. Schoolverlaters van opleidingen met  een slechte arbeidsmarktpositie zouden achteraf vaker voor een andere opleiding kiezen. Het besef over de gevolgen van de studiekeuze dringt pas vaker later door. Maar er zijn uitzonderingen. Zo zou 85% van de studenten ‘Autonome beeldende kunst’ weer voor dezelfde opleiding kiezen. Kennelijk spelen ook andere zaken een rol dan alleen succes op de arbeidsmarkt.

Weinig studenten tevreden over voorlichting

Naar aanleiding van de grote verschillen in salaris en kansen op de arbeidsmarkt is de vraag of studenten wel bewust zijn van de arbeidsmarktpositie van een opleiding. Dit geeft het belang aan van een goede voorlichting voor de keuze van een vervolgstudie. Slechts 31% (hbo) en 40% (mbo) van de afgestudeerden is (zeer) tevreden over de voorlichting over de beroepsmogelijkheden die ze tijdens de opleiding geboden is. Dit geeft ruimte voor verbetering van de voorlichting en gebruik van informatie, zodat kan worden voorkomen dat jongeren kiezen voor opleidingen met onvoldoende perspectief op werk. 

Lees het rapport ‘ Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2014’ (pdf) voor meer informatie.

Nieuwe publicatie

Arbeidsmarktregio