Home Arbeidsmarktinformatie
Arbeidsmarktinformatie

Begrippenlijst

Ga naar werk.nl voor werkzoekenden | werkgevers
  Print 
    Print 

Begrippenlijst

Een alfabetisch overzicht van de begrippen die UWV gebruikt in publicaties over de arbeidsmarkt.

A

Aanbod op de arbeidsmarkt

Tot het aanbod op de arbeidsmarkt worden alle personen gerekend (werkend of werkloos) die zich daadwerkelijk aanbieden op de arbeidsmarkt.

AKA-leerbedrijven

AKA-leerbedrijven zijn erkend op niveau 1 en extra toegerust om zwakkere studenten een stage of leerwerkplek aan te bieden.

Arbeidsgehandicapt

Zie: Arbeidsongeschikt

Arbeidsjaar

Een maatstaf voor het arbeidsvolume, die wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen (CBS).

Twee halve banen (elk 0,5 vte) vormen samen een arbeidsvolume van één arbeidsjaar.

Zie: Arbeidsvolume

Arbeidsmarktkrapte

Zie: Krappe arbeidsmarkt

Arbeidsmarktregio

Nederland is onderverdeeld in arbeidsmarktregio’s. Een arbeidsmarktregio is een afgebakend gebied (Wet SUWI) waarbinnen dienstverlening wordt verleend door UWV en gemeenten aan werkzoekenden en werkgevers.

Per 1 januari 2013 zijn er 35 arbeidsmarktregio’s.

Arbeidsongeschikt

Situatie waarin iemand verkeert als hij of zij door ziekte of gebrek een belemmering ondervindt bij het verkrijgen of verrichten van arbeid.

Arbeidsparticipatie

Onder arbeidsparticipatie wordt over het algemeen de bruto arbeidsparticipatie verstaan.

Zie: Bruto arbeidsparticipatie; Netto arbeidsparticipatie

Arbeidsproductiviteit

De bruto toegevoegde waarde per eenheid arbeidsvolume.

De bruto toegevoegde waarde kan worden gezien als de economische waarde die bedrijven en instellingen tijdens de productie toevoegen (zoals grondstoffen).

Zie: Bruto binnenlands product; Arbeidsvolume

Arbeidsvolume

De hoeveelheid arbeid die is ingezet in het productieproces, uitgedrukt in arbeidsjaren of gewerkte uren.

naar boven

B

Baan

Een arbeidsovereenkomst tussen een persoon en een arbeidsorganisatie waarin is vastgelegd dat arbeid zal worden verricht waar een (financiële) beloning tegenover staat.

Banen kunnen worden onderscheiden in banen van werknemers en banen van zelfstandigen.

Baanopening

Baanopeningen zijn arbeidsplaatsen waarvoor personeel wordt gezocht. Baanopeningen ontstaan wanneer werknemers die een arbeidsorganisatie verlaten, worden vervangen of wanneer het bestand van werknemers in een arbeidsorganisatie wordt uitgebreid. Het kan om concrete vacatures gaan, maar veel functies worden ook informeel vervuld.

BBP

Zie: Bruto binnenlands product

Beroep

De verzameling van werkzaamheden en taken, die behoren tot een baan van een persoon.

Zie: Baan

Beroepenindeling ROA-CBS (BRC)

Indeling van beroepen in 14 beroepsklassen, vervolgens 41 beroepssegmenten, 114 beroepsgroepen en 4646 beroepen.

Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL)

Leerweg in het mbo waarbij het praktijkdeel minimaal 60% is en de leerling over het algemeen 4 dagen werkt met een arbeidsovereenkomst en 1 dag naar school gaat. Een leerplaats voor de BBL wordt ook leerbaan genoemd.

Beroepsbevolking (internationale definitie)

Alle personen die minimaal 15 jaar oud zijn, maar niet ouder dan 75 jaar en tenminste voldoen aan een van de volgende criteria:

  • ten minste één uur per week werk hebben;

  • in de afgelopen 4 weken naar werk hebben gezocht.

Beroeps Opleidende Leerweg (BOL)

Leerweg in het mbo waarbij het praktijkdeel tussen 20% en 60% is, waarbij meestal geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Een leerplaats voor de BOL wordt ook stage genoemd.

Bruto arbeidsparticipatie

Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking en werkloze beroepsbevolking in de potentiële beroepsbevolking.

Zie: Netto arbeidsparticipatie; Beroepsbevolking

Bruto binnenlands product (BBP)

Het BBP is gelijk aan de waarde van het in Nederland gevormde inkomen.

naar boven

D

Deeltijdbaan

Een baan waarbij op een bepaald peilmoment of -periode het aantal overeengekomen te werken uren lager is dan het in de betreffende sector gebruikelijke aantal uren dat behoort bij een volledige dag- en weektaak.

Discrepantie op de arbeidsmarkt

De verhouding tussen vraagzijde en aanbodzijde op de arbeidsmarkt. Bij een aanbodoverschot overtreft de aanbodzijde de vraagzijde. Bij een vraagoverschot overtreft de vraagzijde de aanbodzijde.

Zie: Krappe arbeidsmarkt, Ruime arbeidsmarkt; Kwalitatieve mismatch; Spanningsindicator Arbeidsmarkt

naar boven

E

Economische groei

De volumegroei van het bruto binnenlands product (meestal tegen marktprijzen).

naar boven

F

Flexibele baan

Een baan van een werknemer waarbij de arbeidsovereenkomst van beperkte duur is of waarbij het aantal uren niet vast overeengekomen is.

Tot de werknemers met een flexibele baan worden gerekend uitzendkrachten, oproepkrachten en overige contracten waarin de looptijd beperkt is of de arbeidsomvang niet een vast aantal uren betreft.

naar boven

G

Geregistreerde werkzoekende

Zie: Niet-werkende werkzoekende

naar boven

K

Kansrijke beroepen

Beroepen met een goede kans op werk.

Zie: Krapteberoepen; Overstapberoepen

Krappe arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is krap wanneer er veel openstaande vacatures zijn in verhouding tot het aantal geregistreerde werkzoekenden.

Zie: discrepantie op de arbeidsmarkt, Spanningsindicator Arbeidsmarkt; Kwalitatieve mismatch, Ruime arbeidsmarkt

Krapteberoepen

Beroepen met een voor werkenden en werkzoekenden gunstige vraag-aanbodverhouding.

Zie: Kansrijke beroepen; Overstapberoepen

Kwalitatieve mismatch

Bij kwalitatieve discrepanties sluiten vraag en aanbod niet op elkaar aan, omdat de eigenschappen die werkgevers vragen niet overeenkomen met de eigenschappen die werkzoekenden aanbieden.

Zie: Discrepantie op de arbeidsmarkt; Krappe arbeidsmarkt;  Ruime arbeidsmarkt; Spanningsindicator Arbeidsmarkt

naar boven

M

Mismatch

Zie: kwalitatieve mismatch

Moeilijk vervulbare vacature

Een vacature die volgens werkgevers moeilijk te vervullen is. Dit wordt veroorzaakt doordat er onvoldoende (geschikte) werkzoekenden beschikbaar zijn.

Zie: Discrepantie op de arbeidsmarkt; Kwalitatieve mismatch

naar boven

N

Netto arbeidsparticipatie

Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de potentiële beroepsbevolking.

Zie: Bruto arbeidsparticipatie; Arbeidsaanbod

Niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden (NUG)

De groep werkzoekenden die niet in aanmerking komt voor een uitkering.

Niet-werkende werkzoekende (nww)

Iemand van 15 tot en met 74 jaar die bij UWV als werkzoekende staat ingeschreven.

Nww-percentage

De omvang van het bestand niet-werkende werkzoekenden (nww) uitgedrukt als percentage van de beroepsbevolking.

naar boven

O

Online vacature

Alle vacatures, nieuw en openstaand, die UWV op werk.nl voor werkzoekenden zichtbaar maakt.

Ouderen op de arbeidsmarkt

Tot de ouderen op de arbeidsmarkt worden over het algemeen personen van 50 jaar en ouder gerekend.

Overstapberoepen

Logische overstapberoepen met betere kansen op werk dan het oude beroep.

Zie: Kansrijke beroepen; Krapteberoepen

naar boven

P

Participatiegraad

Onder participatiegraad wordt over het algemeen de bruto arbeidsparticipatie verstaan.

Zie: Bruto arbeidsparticipatie; Netto arbeidsparticipatie

Pendel

Zie: Woon-werkverkeer

Potentiële beroepsbevolking

Het deel van de bevolking dat gelet op zijn leeftijd in aanmerking komt voor deelname aan het arbeidsproces.

naar boven

R

Recessie

De conjunctuurfase die gekenmerkt wordt door teruglopende groei van de economische activiteiten. Dit wordt afgemeten aan een kleiner wordende volumegroei van het bruto binnenlands product of een groei die beneden het langjarige gemiddelde ligt.

Recessie gedefinieerd als 'De toestand waarin de economie verkeert wanneer het volume van het bruto binnenlands product (na correctie voor seizoeninvloeden) 2 opeenvolgende kwartalen krimpt.' is gangbaar in de (vooral Engelstalige) media. Deze definitie is bij economen omstreden.

Ruime arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is ruim wanneer er veel geregistreerde werkzoekenden zijn in verhouding tot het aantal openstaande vacatures.

Zie: Discrepantie op de arbeidsmarkt; Spanningsindicator Arbeidsmarkt; Krappe arbeidsmarkt; Kwalitatieve mismatch

naar boven

S

Schoolverlater

Voor de onderwijsstatistieken geldt: iemand die het door de overheid bekostigde voltijdonderwijs in het afgelopen jaar voor het eerst en voor minstens één jaar heeft verlaten (CBS). Volgens de definitie in de Enquête Beroepsbevolking (EBB) van het CBS is men maximaal één jaar schoolverlater.

Zie: Voortijdig schoolverlater

Sector

De verzameling van werkzaamheden, gericht op de productie van bepaalde goederen en diensten. Het gaat hierbij niet alleen om activiteiten van het bedrijfsleven, maar ook om activiteiten van niet op winst gerichte instellingen en de overheid.

Zie: Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008)

Social return

Het opnemen van voorwaarden in inkoop- en aanbestedingstrajecten, zodat leveranciers een bijdrage leveren aan het bieden van werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Spanningsindicator Arbeidsmarkt

De verhouding tussen het aantal openstaande vacatures en het aantal geregistreerde werkzoekenden dat direct inzetbaar is. UWV gebruikt de Spanningsindicator Arbeidsmarkt om aan te geven of een segment op de arbeidsmarkt ruim of krap is.

Zie: Krappe arbeidsmarkt; Ruime arbeidsmarkt; Discrepantie op de arbeidsmarkt; Kwalitatieve mismatch

Standaard Bedrijfsindeling (SBI)

Dit is de hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit (sector).

Per 1 januari 2008 heeft een ingrijpende revisie plaatsgevonden waarmee de SBI 2008 is ontstaan. Voorganger van de SBI 2008 was de SBI ’93. De SBI 2008 kent vijf niveaus, waarvan het hoogste niveau (secties ) door letters en de lagere niveaus (afdelingen, groepen, klassen en subklassen) door cijfers worden aangeduid.

Startkwalificatie

Iemand beschikt over een startkwalificatie wanneer hij minimaal een havo- of vwo-diploma of minimaal een mbo-diploma op niveau 2 heeft. Dit is het minimale niveau wat nodig wordt geacht om een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt te verwerven.

naar boven

T

Tijdelijke baan

Een relatie tussen een werkgever en een werknemer waarbij de arbeidsovereenkomst van beperkte duur is.

Zie ook: Baan; Flexibele baan; Vaste baan

naar boven

U

Uitbreidingsvacature

Uitbreidingsvacatures zijn vacatures die ontstaan door toename van het aantal banen.

Uitzendarbeid

Arbeidsovereenkomst waarbij de ene partij als werknemer, door de andere partij als werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van die werkgever, ter beschikking wordt gesteld van een derde partij. Dit om krachtens een door deze aan die werkgever verstrekte opdracht, werk te verrichten onder toezicht en leiding van die derde partij.

naar boven

V

Vacature

Een arbeidsplaats waarvoor, binnen of buiten een arbeidsorganisatie, personeel wordt gezocht dat onmiddellijk of zo spoedig mogelijk geplaatst kan worden.

Vacaturegraad

Het aantal openstaande vacatures per 1.000 banen van werknemers.

Vacaturemarkt

Het totaal van alle vacatures in een bepaalde periode en in een bepaald gebied. In de beschrijving van de vacaturemarkt wordt onderscheid gemaakt tussen het aantal ontstane vacatures en het aantal openstaande vacatures op een bepaald moment.

Vaste baan

Relatie tussen een werkgever en een werknemer waarbij sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Zie ook: Baan

Vervangingsvacature

Vervangingsvacatures zijn vacatures die vervuld worden om na vertrek van werknemers het personeelsbestand op peil te houden.

Voltijdbaan

Baan van een werknemer waarbij op ee bepaald peilmoment of -periode het aantal overeengekomen te werken uren behoort bij een volledige dag- en weektaak.

Voortijdig schoolverlater (vsv)

Iemand die het onderwijs heeft verlaten en niet in het bezit is van een startkwalificatie.

Vraag op de arbeidsmarkt

De vraag op de arbeidsmarkt wordt gevormd door alle banen en vacatures.

naar boven

W

Werkgelegenheid

Een containerbegrip voor de al dan niet vervulde vraag naar arbeid van zowel werknemers als zelfstandigen. Meerdere begrippen vallen onder deze noemer: arbeidsplaatsen (zowel vervulde arbeidsplaatsen, oftewel banen, als onvervulde arbeidsplaatsen, oftewel openstaande vacatures), werkzame personen, werkzame beroepsbevolking en arbeidsvolume.

Zie: Baan; Arbeidsjaar; Arbeidsvolume; Werkzame beroepsbevolking; Werkzame personen

Werkloze beroepsbevolking

Personen in de leeftijdscategorie 15 tot en met 74 jaar, zonder werk die actief op zoek zijn naar betaald werk en die daarvoor direct beschikbaar zijn.

Zie: Beroepsbevolking

Werknemer

Een persoon die in dienst van een werkgever tegen beloning arbeid verricht.

Personen die wel arbeid verrichten, maar niet in een dienstverband omdat er geen sprake is van een gezagsrelatie, worden als zelfstandige of zzp’er aangemerkt en dus niet als werknemer.

Werkzame beroepsbevolking

Alle personen in de leeftijdscategorie 15 tot 75 jaar die minstens 1 uur per week werken.

Zie: Beroepsbevolking.

Werkzame personen

Alle mensen die een baan hebben bij een in Nederland gevestigd bedrijf of bij een particulier huishouden in Nederland. Tot de werkzame personen behoren alle personen die:

  • betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar voor 1 of enkele uren per week;

  • arbeid verrichten waarvan de beloning weliswaar aan de registratie door fiscus en/of sociale zekerheidsautoriteiten wordt onttrokken, maar die op zichzelf genomen legaal is ('zwarte arbeid');

  • tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen (bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);

  • tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.

Omdat iemand meerdere banen kan hebben, is het aantal banen groter dan het aantal werkzame personen. Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland, maar ook in het buitenland.

Woon-werkverkeer

Heen en weer reizen tussen de woon- of verblijfsplaats en de plaats waar arbeid wordt verricht, mits dit ten minste eenmaal per week gebeurt op dezelfde dag.

Het saldo woon-werkverkeer geeft het verschil aan tussen het aantal werkenden van buiten de regio en het aantal inwoners dat buiten de regio werkt. Het saldo is gelijk aan het aantal in een regio werkende werknemers en zelfstandigen die daar niet wonen (inkomende pendel) minus het aantal in de regio wonende werknemers en zelfstandigen die daar niet werken (uitgaande pendel). Een positief saldo geeft aan dat het aantal arbeidsplaatsen in de regio groter is dan het aantal werkende inwoners.

WW-uitkeringen

De Werkloosheidswet (WW) geeft een uitkering aan werknemers die buiten hun schuld hun baan zijn kwijtgeraakt. De aantallen zijn exclusief werkloosheid als gevolg van faillissementen, werktijdverkorting en weersomstandigheden (bijvoorbeeld het zogenoemde vorstverlet). Het aantal WW-uitkeringen heeft dus alleen betrekking op ontslagwerkloosheid en is exclusief de bijstandsuitkeringen voor werkloosheid. Bij WW-uitkeringen wordt onderscheid gemaakt tussen 4 en 5-weekse verslagperiodes.

naar boven

Z

Zelfstandige

Een persoon die inkomen verwerft in zijn eigen bedrijf of in een zelfstandig beroep.

Als zelfstandige worden aangemerkt:

  • zelfstandige eigen bedrijf;

  • meewerkend gezinslid;

  • overige zelfstandige.

Zelfstandige zonder personeel (ZZP)

Iemand die een eigen bedrijf heeft zonder personeel of als zelfstandige een beroep uitoefent.

naar boven

Nieuwe publicatie

Arbeidsmarktregio