Home Arbeidsmarktinformatie
Arbeidsmarktinformatie

Flexwerk na de WW

Ga naar werk.nl voor werkzoekenden | werkgevers
  Print 

Werklozen uit de WW steeds vaker flexibel aan het werk

Het rapport ‘Flexwerk na de WW’ schetst een beeld van de ontwikkelingen van flexwerk op de arbeidsmarkt, zowel voor werkenden als voor werklozen die vanuit de WW aan het werk gaan. Het onderzoek richt zich met name op de periode 2008-2014.

De belangrijkste trends op een rijtje:

  • Steeds meer mensen werken flexibel

  • Tegelijk stromen steeds minder mensen van een flexibel contract door naar een vast contract

  • Voormalig WW’ers met een flexibel contract lopen meer risico om opnieuw in de WW terecht te komen

  • Toch leidt de toename van flexwerk niet tot een relatieve toename herhalingswerkloosheid in de WW

Steeds meer mensen werken flexibel

Een groeiend aandeel van de beroepsbevolking is flexwerker of zelfstandige zonder personeel (zzp). In 2014 gaat het om ruim 1 op de 3 werkenden, in 2003 was dat nog minder dan een kwart. Deze verschuiving van werken in vaste dienst naar werken met een flexibele arbeidsrelatie is deels het resultaat van de sterke groei van het aantal flexwerkers en zzp’ers, en deels doordat het aantal mensen met een vaste baan krimpt.

Ook werklozen die vanuit de WW een nieuwe baan vinden, werken steeds vaker flexibel. In 2008 ging 21% vanuit de WW aan de slag met een vast contract, in 2013 daalde dit naar 16%. Het aandeel WW’ers dat vanuit de WW aan de slag gaat met een tijdelijk contract groeit van 42% naar 49%. Het aandeel dat het werk hervat met een uitzendcontract blijft vrijwel stabiel op circa 35%.

Steeds minder mensen van flexibel contract naar vast contract

De doorstroom van een flexibel naar een vast contract is de afgelopen vijf jaar minder geworden. Dit geldt voor zowel werknemers met een flexcontract als voor werklozen die vanuit de WW aan het werk gaan met een flexcontract.

Werklozen die als uitzendkracht aan de slag gaan, stromen het minst door naar een vaste baan: slechts 1 op de 20 heeft na een jaar een vast contract. Een positieve ontwikkeling is dat WW’ers die in 2013 werk vinden, duurzamer aan de slag zijn dan WW’ers die in 2008 werk vinden.

Voormalig WW’ers met flexibel contract sneller opnieuw in WW

Bijna 1 op de 4 mensen die de WW instroomt, heeft het afgelopen jaar ook een WW-uitkering gehad. De kans om herhalingswerkloos te worden, blijkt sterk afhankelijk te zijn van het type contract na uitstroom uit de WW. Bij werkhervatting als uitzendkracht is de kans op herhalingswerkloosheid het grootst. Bij werkhervatting in tijdelijke dienst is die kans slechts iets groter dan bij het vinden van een vaste baan.

Toename flexwerk leidt niet tot toename herhalingswerkloosheid

Het percentage herhalingswerklozen in de WW-instroom schommelt onder invloed van de conjunctuur. Bij een recessie is het percentage wat lager en bij aantrekken van de conjunctuur loopt het weer op. Dat komt doordat een groot deel van de herhalingswerklozen een min of meer stabiele groep is. De meesten doen seizoenswerk of weersafhankelijk werk. Bij een recessie stromen er echter relatief veel werklozen de WW in die niet eerder of zelden werkloos waren (niet-herhalingswerklozen). Deze instroom niet-herhalingswerklozen is tijdens de recessie (vooral in 2009) veel groter dan de instroom van herhalingswerklozen. Het percentage herhalingswerklozen neemt hierdoor af. Bij een aantrekkende economie keert het beeld weer om en loopt het percentage herhalingswerklozen weer op.

Bekijk Flexwerk na de WW (pdf, 438 kB)

Nieuwe publicatie

Arbeidsmarktregio