Meer over werk

  Print 

Sollicitatiegesprek? Let op hoe u praat

Bent u uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek? Gefeliciteerd! Natuurlijk bereidt u dit gesprek goed voor. U denkt daarbij na over alle mogelijke vragen en oefent wat u precies gaat antwoorden. Maar denkt u ook aan de manier waarop u antwoordt?

Werkgevers letten tijdens een sollicitatiegesprek niet alleen op wat u zegt, maar ook op de manier waarop u dat doet. Daaruit maken zij op of u geschikt bent voor de baan. Hoe zij dat doen, leest u in de volgende tips:

1. Praat in de ik-vorm

Dit maakt duidelijk wat u zelf aan een succes heeft bijgedragen.

  • Wel: Ik deed een voorstel voor een andere opzet van de wekelijkse rapportage.

  • Niet: Wij deden een voorstel om op een andere manier te rapporteren.

2. Praat in de verleden tijd

Dit benadrukt uw ervaring en dat u opdrachten heeft afgerond.

  • Wel: Mijn teamleider was enthousiast en vroeg me mijn voorstel verder uit te werken. Dat deed ik en de directie keurde het voorstel uiteindelijk goed.

  • Niet: Wanneer de teamleider enthousiast is, vraagt hij ons het voorstel verder uit te werken.

3. Laat zien dat u iets doet (praat actief)

Gebruik zinnen waarin u actief iets doet. De werkgever moet voor zich kunnen zien hoe u uw werk doet.

  • Wel: Ik luisterde naar de opmerkingen van mijn manager over mijn voorstel. Daarna paste ik het voorstel gelijk aan.

  • Niet: Wanneer het management kritiek geeft op een voorstel van ons, wordt dat door ons aangepast. Daarna wordt het door ons doorgevoerd.

Verder lezen?